Tags

Ik zou eens aan Vader Abt of een van zijn brevierende, notoire discipelen willen vragen – moest ik daar ooit de gelegenheid toe krijgen natuurlijk – wat hun geheim, gebed, remedie, uitdrijving of wat dan ook is tegen zomerse fruitvliegen. Het is een bier om voor te knielen, daar twijfelt zowat niemand aan op deze schamele aardkluit, voor een Sint Bernardus rijd je al eens een stukje om. Al was het maar om met starende bewondering naar de stralende economie – ja, er is nog groei in dit land – te gaan kijken, ergens op de weg naar Watou. Waar met landelijke man en macht gezwoegd wordt om een volledige nieuwbouw Sint Bernardus-brouwerij annex verblijf majestueus uit de stellingen te krijgen. Ronduit indrukwekkend, zoveel smaak, zoveel kunde, zoveel meesterschap… en dat allemaal bereikt met vroomheid, doodgewoon simpele, eerlijke vroomheid. Misschien hier of daar een extra schietgebed, kruisweg of ommegang, welke ziel wordt daar niet door gewonnen.

Waarmee ik dus tijdens het schrijven van deze receptuur en alle bijbehorende experimenten in mijn modeste keuken, geconstateerd heb dat de aanwezige fruitvliegen zowat uit hun wilde dak gingen van zodra ik het flesje gezegende trappistenbier met het respectabele geluid van een nonnenscheet vanonder de kurk haalde. De beestjes geraakten in een extase zoals je die ook ziet tijdens een of andere novene, maar in dit geval werd er een massale aanval in vliegende vlucht gelanceerd – het leken wel bommenwerpers! – op de flessenhals van de heilige Sint Bernardus, of tenminste toch zijn schuimend, geurig en vooral tot over de landsgrenzen heen gerenommeerd bier. Niet alleen de hoogste concentratie en devotie is dus nodig voor het liefdevol bereiden van dit hemelse doch erg compacte brood, maar ook een duivelse assertiviteit om die vliegende snertbeesten uit de buurt van zoveel natuurlijk gistend geweld te houden, van bier tot brood.

Voor wat trouwens de bereiding van dit deeg betreft, het is niet echt simpel, maar anderzijds wel lonend. De rogge en de havervlokken maken het wat moeilijk om het juiste niveau van de vochtverhouding in evenwicht te houden – maar kon je nu ook anders verwachten van een trappistenbier? Waarmee ik enkel bedoel dat de door Watou itself gebrouwen flesjes 33 cl inhoud hebben (een volwassen, acceptabele Vlaamse maat) en er voor de Kempenaar/rogge verhouding slechts 220 ml bier nodig is.

Ook de poolish is immers vrij nat, en niet zo geconcentreerd als bv met witte tarwe of een andere samenstelling van fijnere maalderij. Maar goed, ik wijk af, wat ik zeggen wou: (330 ml – 220 ml) = 110 ml gratis saldo, overschot, klaar om in de koelkast te zetten en tijdens het bakken van beide godsgeschenken te genieten: brood en bier. Daar kunnen zelfs de Fransen met hun Bousrin niet tegen op. Spek met eieren in de ochtend daarentegen…

’s Lands uitersten worden in dit stoere broodje verenigd: de zoete noot van onze getrouwe Limburgse peer uit Vrolingen en de warse bitterheid van het hemels bier uit Le Plat Pays, zo vlak kon Brel het niet gezongen krijgen. Je voelt de pastoor lopen in zijn bloeiende wijngaard, en de paters tijdens hun vespers neuriënd bezweren dat de fruitvliegen van hun brouwsel mogen wegblijven.

Anders dan bij gangbare broden, zijn de rust- en rijstijden voor dit deegstuk gevoelig langer, wat ons gezien het sacrale karakter niet mag verwonderen. En afwijkend van de koele, verfrissende dronk wat een patersbier kan bieden, wordt het flesje voor dit recept in een lauw waterbadje op kamertemperatuur gebracht, alvorens met het meel te mengen.

En bij gebrek aan edele, rasechte stroop, geen paniek, gewoon wat kandijsuiker werkt ook.

 

Brokje cultuur om de avond mee af te ronden, als het even mag, tussen al dit devote door:

In huidige omstandigheden voel je deze onsterfelijke grootheden bloedstollend tot in het diepste bot: Barcelona

Leesvoer voor de avonden die nu al iéts langer beginnen te worden…

Dit zou ik zéééér graag meemaken… broodfeest

En voor de liefhebbers onder ons, het recept

trappistenbrood